Brammetje
boek | 24 December 2010 | 09:16:24
Brammetje in Elfenland
 
 
Dit boek is geschreven door
 
Svati Boers-Gras
 
Elke week zal hier een gedeelte gepubliceerd worden.
Een boek over een jongetje wat een elf ontmoet en daardoor niet alleen kennis maakt met de wonderen van de natuur maar ook met de werking van de kruiden en de kracht van Moeder Aarde, Vader Hemel, Grootvader Zon en Grootmoeder Maan.
 
Niets van deze publicatie mag zonder mijn toestemming worden overgenomen, noch gepubliceerd of op een andere wijze worden verspreid.
 
Je kunt contact met mij opnemen via mijn mailadres:
of telefonisch
0174-627836
 
 
Gastenboek
 
Wil je een persoonlijk berichtje voor me achterlaten?
Dat kan in mijn gastenboek:
 
 
Je bent welkom.
 
 
reacties 2 | bewerk | geef kudos | verstuur | kopieer | bekeken x 268

Mag ik je kaartje?
Laatste hoofdstuk
verhaal/sprookje | 24 December 2011 | 15:19:08
Laatste hoofdstuk
 
Dag Juda, waak over ons....
 
De oude eikenboom, waar Mellon in haar huisje woont, is weer tot leven gekomen. De winterroes is uitgeslapen en de eerste groene blaadjes openen langzaam hun nerfjes. Schuchter openen ze zich voor de werkelijkheid en kijken verwonderd naar hun nieuwe wereld. De narcissen staan te giechelen. Ze vinden al die kleine blaadjes net een kleuterklas en vinden zichzelf al veel groter. De Heer van de Wind wiegt hen zachtjes heen en weer.
De oude boom is trots op zijn nieuwe tooi. Mooie lichtgroene blaadjes die steeds groter en groener zullen worden en die zijn naakte takken zullen bedekken met een dik, groen, wiegend kleed.
 
Nu de winter weer voorbij is krijgen de elfen het weer druk. De natuur moet weer op orde gebracht worden en de slapende bloemen moeten allemaal weer wakker worden geschud. Ze zijn blij. Natuurlijk hebben ze genoten van de winterrust maar een elf is nu eenmaal een elf en dan moet je werken voor de kost.
Jacco, de egel, rekt zich behaaglijk uit. Hij is net gewekt door de elfenkinderen en maakt het zich nog even gemakkelijk in zijn holletje van takken en bladeren. Ze hebben hem bescherming gegeven tijdens het barre winterweer. Nu de zon weer aan kracht gaat winnen en het steeds warmer wordt, geniet hij er volop van.
 
Mellon telt haar kruiden en rangschikt haar potten. Het is beter dat sommige kruiden ergens anders gaan staan. Na elke winter krijgen ze een nieuw plekje en dus nieuwe buren. Wolfsklauw heeft ze weer niet kunnen vinden. Ze vermoedt dat hij zich schuil houdt tussen de klimop. Hij loopt altijd te mopperen gedurende de wintermaanden. Hij heeft zo'n hekel aan een koude bodem. Ze snapt niets van dit wervelende kruidje maar hij doet goed zijn best als zij hem nodig heeft. Ze heeft een zwak voor wolfsklauw, ook al gaat hij eigenzinnig zijn eigen weg.
 
De dagen veranderen in weken. Sofie houdt samen met Pluizebol de wacht bij de Elfenpoort en net als vorig jaar vangen ze weer veel muggen. Pluisje is geen vreemde gast meer in Elfenland. Hij is volledig geaccepteerd en Sofie heeft zich nog nooit zo gelukkig gevoeld.
De bloemen bij Winja's hutje openen hun hartjes en genieten van de zon. Het is vredig in Elfenland. Heel anders dan een jaar geleden. Toen hadden de driekleurige vlammen van de Tonka hun glans zo goed als verloren. Nu branden ze weer volop. De prachtige vlammen sturen hun liefdevolle kracht het luchtruim in en de liefde daalt geruisloos neer op de mens, dier en elf.
In Elfenland merkt iedereen dat er een verandering is. Nu nog bij de mensen. Nog altijd hebben ze haast, heel veel haast. Behalve Brammetje. Hij doet alles op z'n gemakje en geniet van alles om zich heen. Van de week heeft hij zelfs een praatje gemaakt met buurvrouw Antje. Ze drinkt niet meer en ze wordt zelfs aardig. Ouwe Peer heeft gezegd dat er in ieder mens een zuivere kern zit. Ze moeten dit alleen zelf ontdekken.
Hij heeft ook aan Brammetje verteld dat zijn vader een ontmoeting heeft gehad met Neptunus. O, wat had Brammetje daar graag bij willen zijn. Diep in de nacht is Neptunus naar het strand gekomen waar hij samen met Ouwe Peer de prachtige steen heeft bewonderd die nu in het zeepaleis woont. Waarom mocht Brammetje niet mee? Ouwe Peer moest lachen om zijn verontwaardigde gezicht. Ook Brammetje moet leren dat hij niet altijd overal vooraan kan staan....
 
"Ben je aan het doen?". Rapper staat op de eettafel.
"Huiswerk aan het maken. Moet ook gebeuren toch?".
"Zal wel. Snap je het een beetje?". Rapper kijkt naar de sommen en heeft geen idee waar Brammetje mee bezig is.
"Gebeurt er nog wat bij jullie?", vraagt Brammetje.
"Druk, druk, druk. Als de natuur ontwaakt moeten wij ook in actie komen. Dit is voor ons een mooie tijd. Alle elfenkinderen helpen mee om de bloemen en planten weer op gang te krijgen. Je krijgt de groeten van Kosmos. Ik ben een tijdje bij hem geweest".
"Nog wat opgestoken daar?".
"Ik heb de boeken van oom Cashmir nog eens goed bekeken. Ik heb er veel meegenomen. Ik woon nu weer in mijn huisje in de boom van jullie tuin. Dan kan ik je wat beter in de gaten houden".
"Moet je doen", lacht Brammetje. "Moet je vooral doen".
Rapper snoept uit de suikerpot. Hij vindt het lekker en elke keer als bij bij Brammetje is stopt hij zijn broekzakken vol. Hun vriendschap is alleen maar hechter geworden. Rapper is vaak bij Brammetje zonder dat hij dit weet. 's Nachts in het donker reist hij het liefst, samen met wat vuurvliegjes. Dan is het net alsof de hele wereld alleen van hem is. Nachten lang heeft hij op het kussen van de slapende Brammetje naar hem zitten kijken en besefte hij steeds weer opnieuw hoe kostbaar hun vriendschap is.
 
  In de Heilige berg branden de drie vlammen van de Tonka volop. Ze verlichten een mooie parel die op een zacht kussen in het schijnsel van de kaars ligt. Dagmar en Winja kijken er met diep ontzag naar. Binnenkort moeten ze afscheid van Juda nemen en zal zij zich voegen in het rijk van Grootmoeder Maan. Ze is nu krachtig genoeg om haar nieuwe taak aan te kunnen en de mensheid bewust te laten worden van de schoonheid van de natuur. Hoe meer de mens van de natuur gaat houden, hoe meer ze van zichzelf en van elkaar zullen gaan houden.
Of er echt een wereldvrede komt? Dat is ook voor de opperkoning van de elfen en de koninginnefee een open vraag, maar alle beetjes helpen.
Als het volle maan wordt zal Juda door Grootmoeder Maan worden opgehaald en zal iedereen in de hele wereld kunnen zien dat er een prachtige ster door het luchtruim zweeft. Haar licht zal zo krachtig zijn dat zij de donkere hemel zal verlichten en de mensen zullen stil zijn van verwondering. Dan heeft ook Brammetje zijn taak volbracht. Geen mens op aarde zal beseffen dat de vriendschap van een mensenkind en een elf aan de wieg stond van dit vredige gebeuren.
 
Ouwe Peer drentelt over de tafel heen en weer. Het wordt vandaag een bijzondere dag en de nacht wordt nog veel zeldzamer. Brammetje en moeder hebben hem nog nooit zo gezien. Het is helemaal niets voor Ouwe Peer om zo opgewonden te zijn. Meestal ligt hij languit te slapen in zijn theekopje maar hij is nu één en al bedrijvigheid. Het wordt vannacht volle maan.......
Juda zal haar laatste tocht vanuit India ondernemen en alleen Dagmar en Winja zullen daarbij aanwezig zijn.
 
De duisternis valt in. Het is zwoel in de tuin en moeder heeft de tuintafel en de stoelen in het versgemaaide gras gezet. Het ruikt lekker buiten en je ziet aan de hemel al de eerste sterren flonkeren. Ouwe Peer zit op de tafel. Hij heeft voor deze gelegenheid zijn gouden vleugels zichtbaar gemaakt. Ze glanzen in het licht van de honderden vuurvliegjes die om de tafel dansen. Moeder heeft nog nooit zoiets moois gezien. De bloemen zwijgen. Ze voelen dat er iets bijzonders gaat gebeuren maar ze weten niet wat. Voor alle zekerheid zijn ze maar wakker gebleven.
Niemand hoort de vleugels van Heer Hendrik. De oude uil vliegt geruisloos naar de hoek van de tafel. Ouwe Peer begroet hem met een diepe buiging. Mellon en Rapper komen ook. Geen tijdreis deze keer; ze komen gewoon met hun eigen vleugels.
In de hoek van de tuin springt Dikkie Dik naar de vele vuurvliegjes. Ze dansen boven zijn kop en hebben de grootste lol. Ze spelen met de dikke rode kater. Zo houden ze elkaar bezig. Straks, als het zover is, zullen zij de hemel verlichten en dansen bij het laatste ritueel van Juda; het ritueel van de vrije vlucht.
 
  Grootmoeder Maan glimlacht tevreden. Vannacht komt Juda. Halverwege zullen zij elkaar ontmoeten. Dagmar en Winja zullen Juda begeleiden naar de grens van de aardse vergankelijkheid. Daar zal Grootmoeder Maan haar overnemen en haar veilig naar haar plaats in het eeuwige licht brengen. Haar manestralen glanzen als nooit tevoren. Vele sterren verlichten haar heelal maar Juda is toch wel heel bijzonder.
In de tuin van Brammetje zijn alle ogen gericht op de donkere hemel. Ze volgen Grootmoeder Maan en wachten. Dikkie Dik kijkt naar de vuurvliegjes die hem ineens niet interessant meer vinden. Ze dansen met honderden tegelijk door het luchtruim.
'Daar, kijk", roept Brammetje. Hij wijst naar een stralend wit licht. "Is dat Juda?".
"Dat is ze", zegt Mellon.
Het licht dat Juda uitstraalt wordt helderder en helderder. Hoeveel mensen zouden dit zien? Zou het morgen in  de krant staan?
Juda zweeft tussen Dagmar en Winja in. Het elfenkoningspaar is zich wel degelijk bewust van haar prachtige taak en hun eenheid is nog hechter dan ze ooit was. Al eeuwen delen zij elkaars leven en ze hebben vele wonderen mogen zien, maar de herstelde eenheid tussen mens en de natuurkrachten is voor hen  het grootste wonder. De drie krachtige vlammen van de Tonka zijn hiervan een bevestiging. Ze zullen nooit meer doven als Juda door Grootmoeder Maan is opgenomen. De hoop op een wereldvrede blijft hierdoor altijd bestaan.
 
  Grootmoeder Maan strekt haar beide armen uit als zij haar elfenkinderen ontmoet. Voor haar bestaan geen koning en koningin. Alle elfen zijn haar kinderen en Dagmar en Winja vormen daar geen uitzondering op. Zij koestert ook de mensenkinderen en met haar heldere stralen zorgt zij voor het licht in de duisternis.
Hoog in de hemel ondergaat Juda haar laatste ritueel. Het ritueel van de vrije vlucht. Als zij wordt aangeraakt door Grootmoeder Maan zal zij het eeuwige licht bezitten en krachtiger zijn dan ooit tevoren.
Sierlijk zweeft de parel door het luchtruim. Beneden in de tuin kijkt Brammetje ademloos toe. Hij voelt zich blij en gelukkig maar ook trots. Samen met Rapper heeft hij Juda leren kennen als een kostbaar juweel. Veel kostbaarder dan de mensen op aarde ooit zullen beseffen.
De zee is sereen stil. Vader staat samen met Karel op het dek. Hij heeft zijn stuurman veel moeten uitleggen. De staf van Neptunus wijst omhoog en met z'n drieën aanschouwen ze dit prachtige wonder. Juda wordt de ster van de vrede.
 
Grootmoeder Maan brengt haar naar haar vaste plekje. Een plaats waar de hele wereld haar kan zien stralen als de zon ondergaat en de stilte van de nacht begint. Zij zal de hele nacht waken over de liefde van de mensheid en de vrede in de natuur. Ze is een prachtige, heldere ster geworden. Juda is thuis!
 
En Brammetje en Rapper? Ze zijn nog steeds dikke vrienden en dat zal altijd zo blijven.
Er is alleen nog geen wereldvrede maar zolang Juda haar licht op onze aarde zal laten schijnen; zolang blijft er altijd hoop!
 
Einde.......
 
En net als ik het boek dicht wil slaan, zie ik een klein elfje op mijn bureau staan. Een elfje met gouden vleugels. Hij lacht van oor tot oor als hij tegen me zegt: "dank je wel Svati dat je over ons verteld hebt. Aan de kinderen, hun ouders en grootouders. Dat je ze verteld hebt over de schoonheid van de natuur en dat we van Moeder Aarde moeten houden omdat ze ons zoveel geeft. Dank je wel Svati".
"Graag gedaan Rapper".
"Svati, mag ik nog eens terugkomen? Ik moet je nog vertellen over de verdrietige traan en ik heb nog veel meer verhalen".
"Natuurlijk mag jij terugkomen. Ik vind het zelfs een hele eer. Weet je Rapper, alle verhalen die jij mij vertelt wil ik weer delen met de kinderen. Dat is toch ook de bedoeling?".
"Jij snapt het Svati. Laat je het hen dan weer weten als ik jou wat verteld heb?".
"Dat beloof ik Rapper. Dat beloof ik".
 
© Svati, medium

Hoofdstuk 38
verhaal/sprookje | 16 December 2011 | 14:18:02
Hoofdstuk 38
Ons één na laatste hoofdstuk.......
 
De ontmoeting van een eenvoudige zeeman met de zeegod Neptunus.....
 
De tuin van Brammetje verandert langzaam in een prachtig groen veld, omringd door lentebloemen. Moeder werkt graag in de tuin en ze heeft een grote hoek vrijgemaakt om verse kruiden te kweken. Er komen nu veel mensen bij haar om hulp. Zelfs de huisarts stuurt zijn patiënten door om kruiden te halen die zijn medicijnen kunnen ondersteunen. Hij is de wonderbaarlijke genezing van Miesje nog lang niet vergeten. Echt begrepen heeft hij het nooit maar hij snapt het nu wel beter dan voorheen.
De aaarde ruikt lekker. Ook bij buurvrouw Antje staat nu vaak een raam open en ze heeft van de week zelfs nog naar moeder gezwaaid.
De sneeuwklokjes hebben hun klokjes gesloten en ze hebben plaats gemaakt voor prachtige gele narcissen en kleurrijke hyacinthen. De narcissen zijn vrolijk en trotseren de enthousiaste windvlagen van de Heer van de Wind. Ze begroeten elkaar uitbundig en elk nieuwe familielid wordt uitgebreid bekeken en ondervraagd. Ben je hier al eerder geweest? Waar kom je vandaan? Pas tegen de avond houden ze op met praten, moe van alle nieuwe kennismakingen.
De hyacinthen hebben het druk met zichzelf. Elke steel draagt vele kleine bloemetjes en de één wil nog mooier worden dan de ander. De onderste bloemen zijn groot en statig en helemaal bovenin zitten de kleintjes. Ze kijken hun oogjes uit en slaken verrukte kreetjes als moeder de aarde harkt en het eerste zaad van de kruiden zaait. Zorgvuldig heeft zij in de aarde bedden gemaakt waar zij verschillende soorten zaad aan heeft toevertrouwd. Mellon heeft haar verteld over het lentefeest Imbolc. Ze vond het jammer dat ze daar niet bij kon zijn maar ze heeft zelf kaarsen gebrand en Moeder Aarde om een goede oogst gevraagd. Mellon weet zeker dat het goed komt en moeder vertrouwt daar volledig op.
Dat zij door zoveel nieuwsgierige bloemetjes wordt gadegeslagen heeft ze nog steeds niet door. Ze moest eens weten dat haar hele tuin al één groot lentefeest is....
 
De zee is rustig. Het water is als een grote spiegel en weerkaatst de kleuren van de mooie blauwe lucht. Het blauw wordt afgewisseld door de rode gloed van de ochtendzon. Vader vindt dit het allermooiste moment van de dag.
Hij voelt zich vrij op het grote water, ook al weet hij dat dit vredige tafereel ineens kan veranderen in een woeste watermassa. Hij weet dat hij deze reis de zeegod Neptunus zal ontmoeten. Hoe dit precies zal gaan weet hij nog niet. Ouwe Peer heeft gezegd dat dit elfencommunicatie is en dat hij niet bang hoeft te zijn. Echt rustig is hij niet bij die gedachte maar hij heeft inmiddels genoeg meegemaakt om te weten dat het goed is.
  Het grote containerschip vaart rustig op koers. Vader geniet van zijn plekje vooraan op het dek. Daar staaat hij bijna elke dag, genietend van de nieuwe morgen. Stuurman Karel weet als geen ander dat zijn kapitein juist daar alle inspiratie opdoet om problemen op te lossen.
Zachtjes landt een grote witte meeuw op de railing van het schip. Vader kijkt vol bewondering naar de mooie vogel die geen enkele angst voor hem schijnt te kennen.
"Morge", zegt de meeuw.
"Pardon".
"Morge. Een goede nacht gehad?".
Normaal blijven denken! Vooral normaal blijven denken! Dit kan niet. Nee, dit kan helemaal niet. De meeuw schudt rustig zijn veren op en zijn snavel legt ze weer mooi in de plooi.
"Ouwe Peer noemt me Lukas. Wij meeuwen kennen geen namen, maaar ik pas me graag aan. Hij doet jou de hartelijke groeten".
"Heeft Ouwe Peer jou gestuurd?".
"Ja, dacht jij dan dat jij dat staaltje met Neptunus alleen afkon? We laten je heus niet aanmodderen hoor".
Vanuit de stuurhut kijkt Karel naar zijn kapitein en de prachtige vogel. Bijzonder, dit heeft hij nog nooit gezien.
"Enig idee wanneer die ouwe reus komt?", vraagt vader.
"Ik zou het niet weten. Hij is nogal onberekenbaar, maar houdt het er maar op dat hij je 's nachts uit jouw slaap haalt".
Lukas spreidt zijn vleugels uit en verdwijnt langzaam uit het zicht.
  Sofie kamt de haren van haar rechter voorpoot. Ze heeft het druk gehad. De Elfenpoort is weer beschermd met fijngeweven spinnenrag en daar waar de draden loslieten heeft Pluizebol ze weer vastgelijmd met spuug. Hij ligt te soezelen tussen haar voorpoten en geniet van het warme lentezonnetje. De zonnestralen winnen al aan kracht.
Hij heeft de knikkers van Brammetje achtergelaten bij de elfenkinderen, behalve één. Die vindt hij zo mooi dat hij er geen afstand van kan doen.
Zachtjes tikt Sofie met één van haar poten tegen zijn grote rijkdom. De knikker rolt langzaam weg maar Pluizebol heeft het allang in de gaten. Sofie vindt het heerlijk om zo met Pluisje bezig te zijn. Vroeger kwam Jacobien altijd langs en konden ze uren kletsen, maar na haar dood verveelde zij zich stierlijk en Pluisje is een welkome afwisseling. Hij kwam écht op het juiste moment.
Ze weet heel goed dat de bloemen over haar kletsen. De deftige vierkleurige tulp vindt dat ze bij haar eigen soort had moeten blijven. Spinnen horen bij spinnen maar er is geen enkele spin die de plaats van Pluisje kan innemen. Er is eenvoudig geen spin die aan hem kan tippen.
De narcissen zijn veel verdraagzamer. Ze heeft ze horen toeteren toen Pluisje aan het voetballen was met de elfenkinderen. Het was een hels kabaal. Pluisje trekt zich er helemaal niets van aan van alles wat er over hen gezegd wordt. Voor het eerst in zijn leven heeft hij een echt thuis. Hij voelt zich gelukkig. Behoedzaam bergt hij de knikker weer op in zijn pluizige vacht.
  Dikkie Dik geniet van de lente. Zijn dikke vacht glanst in het zonlicht. Hij loert door de heg naar de tuin van Brammetje. Wat daar precies gebeurt weet hij niet maar het is er altijd leuk. Er beweegt daar veel meer dan in de andere tuinen en hij voelt zich verplicht om dat elke dag te onderzoeken. Niet dat hij er veel verder mee komt want hij heeft nog nooit echt iets kunnen ontdekken.
Hij heeft het moeilijk gehad deze winter. Hij vond het te gek voor woorden. Bijna tien jaar heeft hij het rijk alleen gehad. Tien mooie jaren waarin alles om hem draaide. Hij vond het een diepe schande dat zijn vrouwtje een oude kat van de buurvrouw in huis haalde.
   Witje noemde ze dat wezen. Een oud wijf van bijna achttien jaar.
Witje had een opdonder gehad en een flinke ook. Haar kop stond helemaal scheef en ze draaide alleen maar rondjes. Op een stoel springen kon ze niet meer. Maar wat kon hij daaraan doen? Niets toch?
Hij kan zich de dag nog heugen dat zijn vrouwtje zoveel medelijden kreeg dat ze Witje naar binnen haalde. Een schande vond hij het; een diepe schande. O, niet dat de buurvrouw slecht voor Witje was. Nee, dat was het niet, maar Witje woonde liever in het huis van Dikkie Dik.
Na een paar maanden stond haar kop weer helemaal recht, pikte zij z'n eten en sprong ze weer soepel op een stoel. Zelfs de kast was voor haar niet meer veilig en soms verkoos ze die als rustige slaapplaaats. Hij moet nu gaan toegeven dat hij haar wel leuk gaat vinden en ze nu veel dingen samen doen. Maar moeilijk was het wel. Om dan nog niet eens te spreken over de duiven. Elke dag werden ze gevoerd. Soms waren het er een stuk of dertig. Wat was die verleiding groot geweest. Natuurlijk heeft hij wel eens een duif kunnen pakken, daar is hij nu eenmaal een kat voor, maar het vrouwtje was dan zo boos dat ze de hele dag niets meer tegen hem zei.
Hij is blij dat het weer lente is. Straks gaat hij even kijken bij de grote dikke boom waar Brammetje altijd in het gras ligt. Daar gebeuren de meest geheimzinnige dingen. Blaadjes die ineens beginnen te bewegen en waar hij dan eindeloos mee kan spelen. Vorig jaar woonde daar een grote zwarte spin. Hij moet toch eens proberen om die te pakken te krijgen......
 
Nog steeds is de zee zo glad als een spiegel. Het is al dagen rustig weer en niets wijst erop dat Neptunus in aantocht is. Vader heeft Lukas niet meer gezien. Hij vond het vreemd dat de vogel uit het niets was gekomen en er ook weer in was verdwenen. Als stoere zeeman is het niet gemakkelijk om te moeten wennen aan elfen en een tijdreizend zoontje. Maar vader voelt zich een rijk mens want welke zeebonk kan dit zeggen?
De zon schuift langzaam achter de horizon en Grootmoeder Maan stuurt haar eerste stralen over het strakke water. In het spookachtige licht laat zij de boot zachtjes heen en weer deinen alsof ze een slaapliedje zingt.
Voorzichtig haalt vader de mooie steen die Ouwe Peer hem gegeven heeft uit het elfendons. Hij is ook écht prachtig. Hij heeft tientallen gladde vlakken waarin het licht weerkaatst en je blijft ernaar kijken.
"Vind je hem mooi?".
"Lukas, waar kom jij vandaan?"
"Nou, gewoon waar alle vogels vandaan komen toch? Uit de lucht, niets bijzonders. Er is zwaar weer op komst. Ik voel het aan de luchtstromen".
Lukas staart voor zich uit. Zijn sterke vleugels hebben menige storm goed doorstaan, maar dit wordt een bijzondere. Je kunt het zien aan het water. De mooie gladde spiegel verandert langzaam in donkere, zwarte golven die steeds hoger en hoger zullen worden. Toch blijft de grote vogel rustig op de railing zitten. Er is geen spoor van angst. Hij wacht gewoon af.
 
Vader heeft het ook gezien. Het bezorgde gezicht van stuurman Karel is hem niet ontgaan. Ze zijn wel het één en ander gewend maar de dreiging die nu van de golven uitgaat is nieuw. De boot slingert heen en weer over het water en de machtige golven zwiepen hem huizen hoog.
Boven het gedonder van de zee zingt Lukas. De prachtige meeuw heeft zijn vleugels uitgestrekt en deint mee in het ritme van de storm. Vreemd, denkt vader. Meeuwen zingen niet, ze schreeuwen. Maar Lukas zingt. Vader moet alle moeite doen om niet van de boot afgeslingerd te worden. Hij voelt de prachtige steen in zijn broekzak branden. Hij weet nu zeker dat Ouwe Peer het contact met Neptunus heeft gelegd. Een verwonderde nieuwsgierigheid heeft de plaats van angst ingenomen en vader wacht af. Hij is helemaal nat van het opspattende water wat de boot overspoelt.
En dan ineens........ is het stil. Alleen het betoverende geluid van Lukas is te horen. De zee is weer zo glad als een spiegel en de storm is opgehouden te bestaan. Een heldere gloed doemt op uit het water en de staf van Neptunus komt langzaam omhoog vanuit de stille zee.
Vaders hart bonst in zijn lichaam. Zou Karel dit ook zien? Ja, Karel ziet het ook en hij is stil van stilte. Ontroering. Ja, dat is precies wat vader voelt. Ontroering door dit wonderlijke schouwspel. Neptunus is niet zomaar een verhaal wat zeelieden de wereld in hebben geholpen. Neptunus bestaat écht.
 
Een enorm hoofd, begroeid met zeewier, komt boven het water uit. De god van de zee en de zeeman kijken elkaar zwijgend aan. Lukas zit naast vader op de railing. De vogel is helemaal niet onder de indruk. Het is net alsof dit voor hem de normaalste zaak van de wereld is.
Langzaam haalt vader de mooie steen uit zijn zak. Grootmoeder Maan zet al haar stralen erop en de steen glanst in het diepst van de nacht. De grote hand van Neptunus opent zich en voorzichtig legt vader de steen erin. Het starre gezicht van de zeegod verandert in een warme glimlach. Dankbaarheid, dat is wat vader voelt. Hij weet dat de steen de stralen van Grootmoeder Maan en Grootvader Zon altijd zal dragen en een mooie plekje zal krijgen in het zeekasteel van Neptunus. Hij weet ook dat zijn schip nooit zal vergaan in welke storm dan ook want vader heeft er een goddelijke vriend bij gekregen. Een vriend waarvan geen mens het bestaan gelooft. Alleen hij en Karel. Verder helemaal niemand.....
 
Wordt vervolgd met het laatste hoofdstuk......
 
© Svati, medium.

Hoofdstuk 37
verhaal/sprookje | 03 December 2011 | 14:49:48
Hoofdstuk 37
 
Het vuurritueel voor Juda.
Furie, de vuurmeester, ontmoet voor het eerst een mensenkind.............
 
In het gangenstelsel van de Heilige Berg klinkt de zang van Gouden Hart als muziek in je oren. De prachtige zwaan weergalmt de klanken van geluk en vrede. Terecht, want opperkoning Dagmar heeft zich nog nooit zo gelukkig gevoeld.
De drie gekleurde vlammen van de Tonka branden krachtig en zorgen voor een warme gloed in het onderaardse gewelf. Hun bewegingen zijn sierlijk en uitermate rustgevend. Een teken dat er vrede wordt gesloten tussen mens en natuur.
Dagmar glimlacht. Hij is trots op Rapper en Brammetje want de inzet van deze inmiddels hechte vrienden was onontbeerlijk om dit resultaat te bereiken. Zij staan symbool voor de toenadering van elf en mens en juist door hun hechte vriendschap zullen steeds meer mensen zich bewust gaan worden van de enorme natuurkracht die hen dagelijks omringt.
Winja heeft hem verteld dat Rapper met Brammetje mee naar school wil, maar daarvoor vindt hij het eigenlijk nog te vroeg. Misschien na het vuurritueel wat Juda binnenkort zal ondergaan. De mooie parel is enorm krachtig geworden en met dit vlammenritueel zal zij klaar zijn om haar plaats in te nemen in de oneindigheid van het universum. Met haar laatste ritueel van de vrije vlucht zal zij de aarde verlaten en als een stralende, sprankelende ster de aarde en al wat daar leeft, beschijnen met haar allesomvattende liefde.
Haar licht zal de mensen inzicht geven en haar warme stralen tevredenheid en liefde. Dan is het doel bereikt en zullen de drie gekleurde vlammen van de Tonka voor altijd blijven branden.
Dagmar is een wijze opperkoning. Een hele wijze opperkoning, maar zelfs in zijn grootste wijsheid had hij dit resultaat niet kunnen bevroeden. Alleen maar hopen en zijn hoop zal worden beloond.
De mooie klanken van Gouden Hart ontroeren hem. Het is het geluid van oneindige liefde rechtstreeks vanuit zijn gouden hart.
  Sofie ligt weer uitgestrekt bij de Elfenpoort. Ze geniet van alle aandacht die ze krijgt en van alle complimenten. O, ze vindt zichzelf zo mooi....
Pluizebol heeft ze niet meer gezien. Hij werd ontvoerd door de elfenkinderen en speelt nu ergens voetbal met de knikkers die hij van Brammetje gejat heeft. Hij is weer helemaal in zijn element. Er wordt weer gelachen in Elfenland.
 
"Morgen Mellon. Het wordt weer een gouden dag vandaag". Heer Hendrik draait zijn kop 180 graden en kijkt naar de bedrijvige kruidenelf.
"Ik heb ze vannacht weer horen groeien. Groeistuipjes of zoiets. Ben je al bij de hut van Winja geweest? De kruiden schieten daar aardig omhoog. Die heb je zeker nodig voor het drankje voor Moeder Aarde?".
"Hoe raad je het?", lacht Mellon. "Nog een paar verse kruiden erbij en we kunnen de aarde weer zegenen met elfenliefde. Dan wordt het lentefeest gevierd Hendrik. Je komt toch zeker ook? Niemand mag het feest van Imbolc missen. De zaden in de aarde zullen verder ontwaken en ze zullen straks weer tot volle bloei komen door de warme stralen van Grootvader Zon. Ik verheug me er helemaal op. Ik weet zeker dat het weer een prachtig feest wordt".
  Het is een hele tijd geleden dat de vulkaan uitbarstte in een zee van vuur en gesteente. Het is net of hij slaapt maar zijn inwendige gerommel doet niet onder voor een hard snurkende vent. In het land van melk en honing waakt Furie, de vuurmeester, over het hart van de vulkaan. Hij woont hier al honderden jaren en zijn ogen spuiten vuur. Soms is dit vuur heel heftig, heet en gevaarlijk maar andere keren stralen zijn ogen weer de warme gloed van het blauwe elfenvuur. Hij is degene die het elfenvuur altijd brandende houdt. Hij is ook een persoonlijke vriend van Dagmar, de opperkoning van alle elfen en beiden zijn onsterfelijk.
 
Furie woont in de krater van de vulkaan. Als je midden in de donkere nacht naar de top kijkt kun je zijn ogen zien branden.
's Nachts kijkt hij graag over de wereld en luistert hij naar alle geluiden om hem heen. Hij kan ook alles horen. Hij hoort de vele ruzies die mensen met elkaar maken maar hij hoort ook de lieve woordjes die ze elkaar toefluisteren. Furie weet en ziet alles, net als de oude wijze uil Heer Hendrik.
Vannacht zal hij diep in het binnenste van de vulkaan het mooiste vuur halen voor Juda. Daar hebben de vlammen hun mooiste glans en dansen ze in het ritme van de Heer van de Wind. Samen kunnen ze uren spelen. Elke keer als er weer een windvlaag komt dansen de vlammen alle kanten op maar de wind blaast de vrolijke vlammetjes nooit uit. Het is een eeuwigdurend spel van vriendschap en genegenheid.
 
Het hart van de vulkaan is niet gewoon heet; het is er bloedheet. Furie geniet van de hitte. De lava is één gloeiende massa en hij vindt het heerlijk om daar met zijn voetjes doorheen te lopen. Hij wordt er helemaal warm van. Hij weet als geen ander dat juist dit binnenste van Moeder Aarde de mensen zoveel angst inboezemt, maar de vulkaan is al jaren rustig en de mensen hebben zelfs al huizen op zijn helling gebouwd. Furie kennen ze niet en dat wil hij graag zou houden. Als mensen hem zien is hij alleen maar een vurige gloed. Niet meer. Gelukkig komen ze zelden helemaal naar boven naar de krater. Hij heeft ervoor gezorgd dat dit een ontoegankelijk gebied is en zo blijft de vulkaan beschermd tegen nieuwsgierige en hebberige mensenhanden. Hij heeft nooit begrepen waarom mensen overal een handeltje in moeten drijven. Zelfs lavasteen wordt in de winkels verkocht.
 
Zorgvuldig houdt hij de vurige vlammetje in zijn handen. Ze dansen heen en weer en hun oogjes stralen als kleine lichtjes in de nacht. Op de bodem van de krater legt hij ze neer in een mooie ronde cirkel. Ze zijn allemaal even groot en ze vragen zich af wat er nu gaat gebeuren. Ze komen nooit zo aan de oppervlakte en ze vinden het een heel groot avontuur. De cirkel van vuur is prachtig. De Heer van de Wind deint de vlammetjes zachtjes heen en weer. Allemaal in hetzelfde ritme van de vuurdans, ter ere van Juda.
Furie is opgewonden. Zelfs Brammetje komt mee naar het ritueel en dat voor een mensenkind. De Heer van de Wind zal hem tegen de hitte beschermen en als een zwoele luchtstroom om hem heen blijven waaien. Dit moet wel iets heel bijzonders worden!
 
Er wordt weer geroddeld bij het hutje van Winja. Het zachte geroezemoes van de bloemen is haar niet ontgaan en ze is blij dat de stilte van de winterslaap weer doorbroken is.
Ze bereidt zich voor op de ontmoeting met Moeder Aarde. In alle rust zal zij samen met Mellon de kruidendrank aan de aarde toevertrouwen en zullen zij Moeder Aarde vragen om een rijke oogst. Imbolc heet dit lentefeest. De elfen vieren dit al door de eeuwen heen maar de mensen zijn het vergeten. Nou ja, vergeten..... Veel mensen vonden dit een heidens feest maar dat hebben de elfen nooit goed begrepen. Wat is er heidens aan om Moeder Aarde om een goede oogst te vragen? De priesters van de kerk maakten van dit feest Maria Lichtmis. Daar was natuurlijk niets mis mee, alleen ging hierdoor wel het oorspronkelijke karakter van Imbolc verloren.
De vleugels van de beide elfen maken een zacht ruisend geluid. Niemand heeft door dat hier twee hoogstaande elfen met een speciale missie door het bos zweven. Het ontwakende bos ruikt lekker. Het verse groen glanst in het licht van de zon en de bloemen sluiten intens tevreden nog even hun oogjes en nuriën een zonnelied.
Diep in het bos, waar de bomen elkaar bijna raken, is een kleine open plek. De grond is begroeid met zacht mos. Het voelt aan als een warme deken. De beide elfen blijven roerloos boven deze gewijde grond hangen. Samen houden zij de schaal met de kruidendrank vast. Winja zingt. Zij zingt de lofliederen voor Moeder Aarde terwijl zij samen de kruidendrank langzaam over het mos laten vloeien.
Een ijle witte rook komt van de grond omhoog. Het schittert in de beginnende zonnestralen en het is net alsof er geen tijd en ruimte meer bestaat. Alleen een intens gevoel van vrede. Brammetje kent dit gevoel. Hij heeft het meerdere malen meegemaakt. Mensen zouden dit ook moeten voelen. Ze zouden dan gelukkig kunnen zijn met alles wat ze al hebben. Elfen kijken nooit naar de dingen die zij niet hebben. Zij tellen alle zegeningen die de kracht van de natuur hen geeft.
Mellon en Winja dansen boven het mos. Hun prachtige vleugels weerkaatsen alle kleuren van de regenboog. In sprankelende sterren spat de ijle witte rook uiteen. Moeder Aarde heeft haar kruidendrank ontvangen en in dank geaccepteerd.
 
  "Brammetje, wakker worden. We moeten weg". Rapper schudt zijn vriend aan zijn schouders.
"Wat moeten we?", stamelt Brammetje.
"We moeten weg".
"Waarheen dan?".
"Dat zie je wel. Vlug, kleed je aan".
Brammetje struikelt over zijn eigen voeten. Hij grist zijn broek en trui van de stoel en binnen een min van tijd is hij niet alleen aangekleed maar ook klaarwakker.
Het volgende moment staan ze samen aan de rand van de krater van een smeulende vulkaan.
"Ben je nou helemaal gek geworden? Wil je me dood hebben of zo?".
"Hoi Brammetje". De Heer van de Wind waait een diepe buiging en slaat zijn windvlagen zorgvuldig om hem heen.
In een prachtige cirkel dansen honderden vlammetjes. Brammetje voelt niets van de hitte want de Heer van de Wind houdt hem zorgvuldig koel. De donkere krater is nu sprookjesachtig verlicht.
Met zijn brandende ogen kijkt Furie Brammetje belangstellend aan. Elfen heeft hij genoeg gezien maar een mensenkind? En dan van zo dichtbij.... Brammetje weet niet goed wat hij ervan moet denken. Is dit een wezen? Is dit een wandelende vlam? Tijd om er goed over na te denken krijgt hij niet. Het zachte vleugelgeruis van Winja en Mellon dringt langzaam tot hem door. Ze moeten lachen om zijn verwonderlijke gezicht. Brammetje heeft al veel met de elfen meegemaakt, maar dit?
 
Voorzichtig overhandigt Winja de parel Juda aan Furie. Hij is de enige die zo dicht bij de cirkel van vuur kan komen. Hij legt Juda behoedzaam in het midden van de cirkel. De vlammetjes dansen in de nacht en begroeten hun gast in een zee van vlammend ritme. Langzaam omringt het vuur de parel. Geeloranje vlammen vermengen zich met het blauw van het elfenvuur. De hitte neemt af en maakt plaats voor een behaaglijke warmte maar de Heer van de Wind doet dan ook zijn uiterste best om overdadige hittestralen buiten de krater de houden.
Boven de krater glimlacht Grootmoeder Maan tevreden. Nog even en dan zal Juda één van haar mooiste sterren worden. Zij zal de aarde verlichten met haar liefdevolle kracht. Nog even maar wat duurt dat even nog lang........
 
Het vuur omarmt Juda in haar volle gloed. De vlammen likken haar prachtige ronding en ze koestert zich in hun warmte. Niets wijst erop dat de parel last heeft van de hitte. Zij neemt het vuur op in het binnenste van haar ziel en zo is Juda verenigt met de ware kern van Moeder Aarde. Hun harten hebben elkaar geraakt en het vuurritueel heeft Juda nog completer gemaakt. Zij zal het licht van het vuur in zich dragen en als zij hoog aan de hemel staat zal iedereen op aarde haar kunnen zien stralen in de donkere nacht. Zij zal met haar vurige kracht de harten van de mensen verwarmen en een ieder die naar haar kijkt zal weten dat er altijd op elk moment van de dag een nieuwe toekomst is. Als je maar voor jezelf door het vuur durft te gaan!
 
Wordt vervolgd...............
 
© Svati, medium.
 
Je kunt de weerkvoorspelling weer vinden in:

Hoofdstuk 36
verhaal/sprookje | 26 November 2011 | 15:02:02
Hoofdstuk 36
 
Oegie,
de lentebode die zichzelf altijd vergeet....
 
De lente heeft snel haar intrede gedaan. Overal zie je het jonge groen weer omhoog schieten en de narcissen giechelen weer met elkaar. Ze zijn uitgeslapen. Ze vonden het heerlijk dat ze na al die maanden weer wakker werden en konden genieten van de warme zonnestralen. Af en toe waaide er nog een venijnig windje maar ze hielden hun gele kopjes fier overeind. Zij kunnen het geblaas van de Heer van de Wind wel aan, ook al blies hij soms zo hard dat hun stelen bijna knakten.
Dorya, de lentefee, geniet van hen. Samen met Clara heeft zij nieuwe plaatsen in het bos uitgezocht en daar weer allemaal andere planten en bloemen geboren laten worden. Ver weg van de mensenwereld. Sommige bloemen hebben zich met elkaar vermengd en daar zijn weer nieuwe bloemen uit tevoorschijn gekomen.
De elfen hebben het druk. Ze helpen dag en nacht met het uitgraven van de tere bloemen, daar waar de grond te hard is aangestampt. Dotjes mos schuiven behoedzaam opzij om de kleinere bloemetjes doorgang te verlenen. Ze praten opgewonden met elkaar. Voor het eerst zien zij de buitenwereld en met een weelderige kleurenpracht wordt de natuur hier weer opnieuw geboren.
 
 
Op een omgevallen boomtak zit Oegie, de lentebode.
Hij mompelt onverstaanbare woordjes. Zijn gebrabbel heeft iets weg van het gezoem van bijen en het zachte getjilp van vogeltjes. Hij wacht op Rapper. Hij wacht al een hele tijd want hij weet echt niet meer waar en wanneer de elf met de gouden vleugels voorbij zal vliegen.
Oegie vergeet altijd alles. Dat vindt hij helemaal niet erg want Oegie wil helemaal niet denken en onthouden. Oegie wil alleen maar brommen.
Voor zijn soort is hij heel klein met veel te grote voeten. Die heeft hij nodig om de planten en de bloemen wakker te schudden als ze te lang blijven dutten na hun winterslaap. Net als Ponnie, de herfstzanger, is hij aan het seizoen gebonden en als de lente eenmaal weer volop aanwezig is, is zijn spel weer beëindigd.
 
"Zo Oegie, ben je er weer?". Rapper landt naast zijn omgevallen boomtak.
Oegie kijkt bewonderend naar de prachtige gouden vleugels en vraagt zich af waarom hij nooit een elf geworden is. Rapper bekijkt dit kleine wezentje met opgetrokken wenkbrauwen. Voor hem is het de eerste keer dat hij oog in oog staat met dit kleine natuurwonder. Weer zo'n verhaal van oom Cashmir wat hij niet geloofde toen het verteld werd en waarvan hij overtuigd was dat het een slaapverwekkend verzinseltje was.
Hij vindt Oegie leuk. De oogjes van Oegie kijken alle kanten uit en Rapper vraagt zich af of ze ook wel de goede kant opkijken want bij elke stap die Oegie zet struikelt hij over zijn eigen voeten.
"Kun je niet zien waar je loopt?", vraagt Rapper hem.
"Mot dat dan? Ik hoef toch niet te kijken, ik moet alleen maar stampen. Luilakken wakker maken. Planten en bloemen die alleen maar willen uitslapen. Een schande is het dat ze nog niet wakker zijn".
Oegie loopt en Oegie stampt en Oegie struikelt. Rapper moet er vreselijk om lachen en de kleine lentebode kijkt hem verward aan.
"Wat kom je eigenlijk doen?", vraagt hij aan Rapper.
"Gewoon, om jou een handje te helpen en jij moet mij vertellen over jezelf. Over waarom jij zo jong bent en toch al zo oud. Oom Cashmir heeft verteld dat jij elk jaar opnieuw geboren wordt maar nooit écht dood gaat. Dat snap ik niet en dat mag jij me uitleggen".
 
Oegie bromt. Geeuwend worden de crocussen wakker en fluisteren onverstaanbare woorden van dankbaarheid.
"Ik weet niet hoe oud ik ben. Dat ben ik vergeten. Ik weet alleen dat ik elk jaar door Zija en Dorya wordt opgetrommeld om de boel op gang te helpen en daarna doe ik weer lekker helemaal niets".
"Doe je dan écht helemaal niets?".
"Nee, waarom zou ik? Dat is toch jullie taak? Ik denk na over hoe ik moet nadenken en daar ben ik nog steeds niet uit. Dat doe ik al jaren en dat bevalt me best. Elke keer als ik denk dat ik het weet ben ik het weer vergeten. Soms weet ik niet eens meer wie ik zelf ben. Ik loop dan gewoon mijn voeten achterna".
Overal waar Oegie loopt verschijnen er nieuwe, jonge plantjes.
"Ben je soms familie van Ponnie de herfstzanger?", probeert Rapper voorzichtig.
"Zou kunnen. Dat moet je hem vragen want dat weet ik niet. Als dat zo is dan heb ik er niets aan want ik kom hem nooit tegen. Wij boteren niet met elkaar. Dat heb je zo hè? Ik maak de natuur wakker en hij laat ze weer afsterven. Wat mot ik daarmee? Nee, die Ponnie wil ik wel vergeten. Wat kom je eigenlijk doen want dat ben ik ook vergeten".
Rapper begrijpt nu ook wel dat hij hier niets wijzer van wordt. Hij snapt nu ook dat Winja moest lachen toen ze hem vroeg om Oegie de groeten van haar te doen.
"Ik moet je gedag zeggen van Winja".
"Winja? Ja, die ken ik wel. Die vergeet ik nooit. Echt nooit. Zij was erbij toen ik voor het eerst geboren werd. Zoiets vergeet je niet. Goh, dat ik toch nog wat kan onthouden. Goed hè?'.
En Oegie struikelt door. Hij ziet Rapper niet eens meer staan. Gewoon vergeten. Hij bromt bij elke stap die hij zet. De tenen van zijn rechter voet maken ruzie met die van de linker. Ze mopperen op elkaar want ze willen allemaal als eerste de bloemen wakker schudden.
Rapper is op de omgevallen boomtak gaan zitten en geniet van dit kleine wezentje wat de natuur weer wakker schudt. Maar wat hij daar nu weer mee moet????
 
 Sofie is er helemaal klaar voor. Nu de lente er weer is voelt ze overal kriebeltjes en het liefst gaat ze vandaag nog, samen met Pluizebol, terug naar de Elfenpoort. Ze is dankbaar dat zij de winter bij Brammetje thuis mocht doorbrengen maar ze hoort nu eenmaal buiten in de vrije natuur. Moeder is daar niet zo rouwig om. De lente is de tijd voor de grote schoonmaak en dan kan ze gelijk alle spinnenraggen opruimen die Sofie met zorg heeft gemaakt en dat zijn er heel wat.
Ouwe Peer zal hen bij de Elfenpoort afzetten. Sinds Dikkie Dik de tuinen weer onveilig maakt is het niet verantwoord om Sofie onbeschermd door de tuin te laten reizen.
Pluizebol zit samen met Sofie voor de spiegel. Ze kammen allebei hun haar. Bij Sofie zit het weer mooi in de plooi maar bij Pluizebol staat het recht overeind. Hij verheugt zich erop om weer terug te gaan naar Elfenland. Hij heeft weer allemaal nieuwe spelletjes verzonnen voor de elfenkinderen en is vast van plan om er dit jaar weer een grote rotzooi van te maken. Hij is het gelukkigste pluisje van de hele wereld.....
 
Wordt vervolgd......
 
© Svati, medium
 
Je kunt de weekvoorspelling weer vinden in:
 
 

Hoofdstuk 35
verhaal/sprookje | 19 November 2011 | 14:04:54
Hoofdstuk 35
 
Clara, de bosnimf luistert de lente in.....
 
De lente komt.
Het is nog steeds erg koud maar de witte wereld heeft allang zijn glans verloren. Zelfs Dikkie Dik vindt er niets meer aan en baant zich een weg over de gladde, platgetrapte massa.
De mooie sfeerdagen zijn voorbij en de mensen gaan gewoon weer hun eigen gang. Handen worden in elkaar geslagen om warm te blijven en mutsen worden diep over de oren getrokken. Ja, de mensheid is weer als vanouds. Er wordt weer geklaagd over die witte rommel die de aarde bedekt en dat moet nu maar eens afgelopen zijn.
Zija, de Vrouwe van de Sneeuw en het IJs, wiegt zachtjes heen en weer in haar sneeuwwitte schommelstoel. Ze kent de ondankbaarheid van de mensen maar al te goed en zij weet dat zij alleen maar welkom is als het de aardbewoners uitkomt. Nee, ze mag vooral niet te lang blijven want dan vinden de mensen haar niet mooi meer en ze vinden haar dan vooral heel erg lastig.
Bij de elfen is dit wel anders maar daar is de sneeuw ook niet platgetrapt door de vele voeten die er overheen zijn gelopen. De elfenkinderen spelen nog volop in de sneeuw en verwarmen hun verkleumde handjes bij het elfenvuur in hun huisjes. Elfenvuur, blauw van kleur en zo heerlijk warm. Het geeft de kamers een blauwe gloed en de kindergezichtjes glunderen. In deze tijd van het jaar kan er weinig voor de natuur worden gedaan en hebben de werkelfen alle tijd voor hun kroost. Dus voor hen is de witte wereld nog steeds één groot feest.
 
Rapper heeft het grote Elfenboek weer helemaal bijgewerkt. Hij heeft dagen zitten schrijven in het knusse hutje van Winja. Het is daar behaaglijk warm en hij vindt het er fijn. Winja is als een moeder voor hem en verzorgt hem tot in de puntjes van zijn oren. Als hij het even niet zag zitten moedigde zij hem weer aan en kwamen de teksten als vanzelf weer boven drijven.
 
 
Hij heeft van Clara, de bosnymf, gehoord hoe Brammetje met de hele klas in het bos is geweest en hoe rood zijn gezicht werd toen meester Gerrit over de elfen begon. Hij vindt het zo jammer dat hij nu juist dát gemist heeft. Misschien moet hij maar eens een dagje mee naar school. Hij zal dit eens met Winja bespreken want het idee lijkt hem wel wat. De kinderen zijn er wel klaar voor en de klas van meester Gerrit is best wel een hele speciale klas. Ja toch? Eens kijken wat Winja daarvan vindt.
 
Clara, de bosnymf, woont samen met haar ouders en vier broers in het donkere gedeelte van het bos. Daar staan de dikke bomen dicht op elkaar en geven de takken elkaar een stevige hand. De ene boom is nog dikker dan de andere maar in de oude wijze boom - de alleroudste van het bos - woont Clara.
Als Clara zichzelf is, is ze wonderlijk mooi. Ze is als een wit licht wat door de lucht danst en ze kan elke vorm aannemen die op dat moment gewenst is. Ze kan veranderen in een tak of een bloem zodat niemand kan zien dat zij daar rustig op dat plekje haar omgeving in ogenschouw neemt.
Ze is vaak in de mensenwereld en kijkt hoe onachtzaam de mensen met de natuur omgaan. Hoe zij hun vuil lozen in mooie natuurgebieden omdat zij geen geld willen betalen voor een zorgvuldige afvoer van hun afgedankte spullen. Het maakt haar steeds verdrietiger. Ze zou het dan wel uit willen schreeuwen maar de mensen kunnen haar niet horen en gelukkig ook niet zien. Het is ook haar taak om de elfen zoveel mogelijk op de hoogte te houden van wat er zoal in de mensenwereld gebeurt en dat is heel veel.
Maar als ze Brammetje ziet is ze blij. Ze is vaak bij hem in de tuin. Vorig jaar is zij als klaproos bij de anderen gaan staan. De andere klaprozen vonden haar wel grappig en stonden constant te giechelen. Ze wuifden met hun kopjes in de wind en ze vonden het een hele eer dat Clara even een klaproos wilde zijn.
 
Ook voor vader zit de tijd erop en hij bereidt zich voor op weer een lange zeereis. Hij vindt het jammer om zijn gezin weer te moeten verlaten maar het water trekt hem steeds meer en hij verlangt weer naar de uitgestrekte vlakte van de zee. Ouwe Peer zit bij hem op tafel.
"Ik zal je missen als je weer op zee bent", zegt hij. "Al die fijne schaakspelletjes".
Vader lacht. Hij zal die oude elf ook missen want ze hebben samen veel gelachen. Ouwe Peer heeft hem alles over de elfenwereld verteld en over de krachten van de natuur. Hij heeft ademloos geluisterd, niet wetende dat dit ooit zou kunnen bestaan. Hij is er nog steeds diep van onder de indruk terwijl Brammetje het allemaal alweer heel normaal vindt. Hij ziet hoe ongedwongen zijn vrouw en zoon met de elfenwereld omgaan. Het is een deel van hun leven geworden en moeder geeft nu ook overal lezingen over kruiden en om te vertellen hoe nuttig deze wel zijn. Ze trekt veel toehoorders want steeds meer mensen gaan weer openstaan voor de kracht en de wonderen van Moeder Aarde.
 
Ouwe Peer hangt over de rand van zijn theekopje en kijkt vader onderzoekend aan.
"Ik heb een kadootje voor Neptunus", zegt hij zachtjes. "Wil jij dit aan hem geven?".
"Ben je gek geworden? Als die ouwe zeebonk langs komt gaat mijn schuit naar de diepte. Ja toch?".
"Nee nee, niet altijd en vooral niet als jij dit aan hem geeft. Hij zal er dan voor zorgen dat jij altijd in een veilige haven komt".
Ouwe Peer legt een fonkelende steen op tafel. Hij straalt alle kleuren uit die je maar bedenken kunt en zijn schittering is verblindend mooi.
"Verlies hem niet hoor", zegt Ouwe Peer. "Hij komt van heel ver en is eg kostbaar. Het zal hem gunstig stemmen en zal de plaats van Juda innemen in het zeekasteel. De kleuren zullen voor sprankelende lichtjes zorgen in het water, vooral als de zon erop schijnt. Net wat Neptunus nodig heeft. Je hoeft niet bang voor hem te zijn want die schuit van jou blijft heus wel drijven".
Zorgvuldig rolt Ouwe Peer de steen in zacht elfendons en geeft hem aan vader.
"Hoe moet ik dit aan hem geven?".
"Maak je geen zorgen, dat weet je dan wel als het zover is". Ouwe Peer glimlacht. Het zal een onstuimige ontmoeting worden maar vader is de uitgelezen persoon om Neptunus weer mild te kunnen stemmen.
 
"Het stinkt hier verschrikkelijk", bromt wolfsklauw en schroeft verontwaardigd het deksel van zijn pot om wat beter adem te kunnen halen. Hij heeft zich verscholen tussen de klimop en gluurt tussen de blaadjes door naar Mellon die aandachtig in een grote ketel roert. Hij weet wel waar ze mee bezig is. Ze maakt een drankje om Moeder Aarde na de harde winter extra te voeden en elk jaar gebeurt dit weer op een andere manier. Er is niemand die zoveel contact met alle natuurwezens heeft als Mellon en ze weet precies wat Moeder Aarde nodig heeft.
Nadie, de eekhoorn, heeft extra walnoten en hazelnoten gebracht. De kracht van de doppen is ongelooflijk groot en Mellon heeft ze met liefde in haar drankje verwerkt.
Veel kruiden hebben zichzelf aangeboden en Mellon maakt daar dankbaar gebruik van. Ze hebben allemaal hun eigen werking en zo helpen ze mee om Moeder Aarde weer nieuwe kracht en energie te geven.
Moeder Aarde is moe. Heel erg moe. De mensheid heeft veel van haar grondstoffen verbruikt en er is niets voor teruggegeven. Zelfs geen dankbaarheid. Ze heeft gemerkt dat mensen nooit genoeg hebben en haar prachtige groene kleed omkappen voor een beetje geld. Ze is boos geweest en heeft samen met de Heer van de Regen, de Wind en de Donder modderstromen laten vloeien waar voorheen haar bomen de grond met hun wortels vasthielden. De bomen zijn weg, gekapt voor onzinnige doeleinden en de natuur wordt steeds leger. Moeder Aarde huilt. Ze begrijpt de mensen niet. Ze geeft hen zoveel rijkdom en het is nooit genoeg. Ze is er zo moe van.
Wolfsklauw draait de deksel weer op zijn pot. Hij weet dat zijn gemopper door geen van de andere kruiden gewaardeerd wordt en kruipt nog verder weg tussen de bladeren van de klimop.
 
Dag vader.
Het afscheid is zwaar gevallen, zwaarder dan normaal. Vader vindt het altijd fijn om thuis te zijn en nu helemaal. Hij heeft Ouwe Peer gevraagd om mee te gaan voor één grote zeereis maar de oude elf heeft dit zeer beslist afgewimpeld. Reumatiek, maar vader weet dat elfen niet van water houden. Hij zal de schaakspelletjes missen, ook al zette de oude elf hem altijd schaakmat.
Hij is trots op zijn schip. Toen hij thuis was heeft de rederij de boot helemaal laten nakijken en van onder tot boven is alles bijgewerkt. Hij is blij om in zijn vertrouwde hut te zijn met het grote bureau en de bank met de zachte kussens.
Zorgvuldig bergt hij de steen, die Ouwe Peer hem gegeven heeft, op in één van de laden van zijn bureau en draait die vervolgens op slot. Hij heeft er geen idee van hoe de ontmoeting met Neptunus zal verlopen, maar hij wil daar ook niet teveel aan denken. Het maakt hem onrustig, maar ach, hij heeft wel voor hetere vuren gestaan. Of toch niet?????
 
 
De sneeuw is gaan smelten. Het licht van de zon wint aan kracht en Zija staat graag haar plaats af aan Dorya, de lentefee.
Dorya heeft hele mooie handen. Haar lange vingers zijn sierlijker dan wat dan ook en alles wat ze aanraken komt langzaam tot leven. Ze zwaait naar Zija, haar beste vriendin. De winter en de lente wonen zo dicht bij elkaar dat ze elkaar altijd tegenkomen. De één gaat en de ander komt. Ze dansen samen als ze de wijzers van de weerklok langzaam verschuiven naar een milder klimaat. Zija lacht als ze ziet hoe haar vriendin haar sneeuw aanraakt en laat smelten in de eerste warme zonnestralen. Voor haar zit de tijd erop. Zij heeft de aarde warm gehouden met haar witte deken en de bloembollen beschermd tegen de ijzige kou. Nu mag Dorya de bollen wakker maken en stuk voor stuk tot bloei laten komen. De lieve witte kelkjes van de sneeuwklokjes zullen zachtjes deinen in het ritme van de Heer van de Wind. De mensen zullen weer verrukt zijn bij het zien van de eerste lentebloemetjes. Zullen ze die nog zien? Dat zal toch wel?
Meester Gerrit heeft ze wel gezien. Hij vertelt erover op school en heeft een grote plaat meegenomen zodat ze elk blaadje van het bloemetje goed kunnen zien. Hij heeft er sommen over gemaakt. Hoeveel sneeuwklokjes zijn er nog over als je van 1054 879 aftrekt? Dat is even leuk rekenen!
 
 Dikkie Dik banjert door het groene gras wat langzaam weer tevoorschijn komt. Het zal hem een zorg zijn hoeveel sneeuwklokjes er staan. De wereld is weer van hem! Straks komen er weel veel Jacobientjes waar hij jacht op zal maken. Ja zeg, hij is een kat hoor en niet zomaar een kat. Hij is Dikkie Dik!
 
Wordt vervolgd............
 
© Svati, medium
 
Je vindt de weekvoorspelling in:

Hoofdstuk 34
verhaal/sprookje | 13 November 2011 | 11:32:52
Hoofdstuk 34
 
Terug naar school.....
 
De kerstvakantie is voorbij en Brammetje pakt zijn schoolspullen weer op. Hij vindt het altijd fijn om vrij te zijn en samen met Rapper de tijd door te brengen, maar de laatste krijgt het nu veel te druk. Het grote Elfenboek moet weer bijgewerkt worden en er zijn zoveel details die écht opgeschreven moeten worden dat Rapper voorlopig toch geen tijd meer heeft voor alles wat er in de mensenwereld gebeurt. Brammetje heeft aangeboden om hem te helpen maar hij doet dit liever zelf. Hij heeft zich weer teruggetrokken in het hutje van Winja en zit daar, met het puntje van zijn tong uit zijn mond, de mooiste letters te schrijven om het boek nog mooier te maken dan het al is.
De dieren die hij gezien heeft tekent hij stuk voor stuk natuurgetrouw na en ze zijn allemaal écht. Net alsof ze naast hem staan. Hij vindt het fijn om dit te doen, ook al is het zwaar. Hij beseft dat dit Elfenboek nog jaren en jaren een heilig boek voor de elfen zal zijn en die verantwoordelijkheid drukt als een loden last op zijn kleine schouders. Maar hij is vastbesloten om oom Cashmir niet teleur te stellen.
 
De schooldeuren staan wijd open en meester Gerrit is blij om zijn leerlingen weer te zien. De mening van de ouders is erg veranderd sinds ze hebben gezien hoe blij hun kinderen zijn met de meester. Hij neemt ze vaak mee naar buiten om hen de natuur te laten zien en hij leert ze alles over bloemen en planten. Hij heeft hen beloofd om nu nog meer naar het bos te gaan en daar te vertellen over de vogels en de andere dieren die daar leven. Hij weet daar zoveel van af. Hij vertelt mooie verhalen, zelfs over kleine insecten die de kinderen niet eens kennen. De ouders zijn blij met hem en zien helemaal niet meer dat hij een paardenstaart heeft en grote tatoeages op zijn armen. Ze vinden hem tof.
 
Brammetje is benieuwd naar wat de meester zelf heeft gedaan in de kerstvakantie. Hij is eigenlijk altijd op reis. Zelfs in het weekend gaat hij altijd weg en vertelt dan later weer waar hij geweest is. Hij gaat vaak hele einden wandelen want dan zie je het meest zegt hij. De klas is rumoerig en ze praten allemaal door elkaar heen.
"Hallo, ik ben hier", brult meester Gerrit en iedereen zwijgt. "Niet allemaal tegelijk hoor. Jullie komen allemaal aan de beurt met jullie verhaal. Vandaag doen we helemaal niets, alleen maar lekker met elkaar kletsen. Dat is helemaal geen verloren dag want naar elkaar luisteren is heel zinvol".
Nou en er komen wat verhalen los..... Mooie verhalen, maar ook een verdrietig verhaal. Martijn is vlak voor de kerstdagen zijn vader verloren. Hij was al een tijdje heel erg ziek en pal voor die mooie dagen is hij overleden. De meester luistert naar hem en hij laat alle kinderen een klein briefje voor Martijn schrijven om hem te troosten. Het wordt toch een mooie dag want ze voelen zich met elkaar verbonden en met een rijk gevoel diep in hun hart gaan ze aan het eind van de middag weer terug naar huis.
 
"Mam, ik moet morgen een lunchpakket meenemen naar school, want we gaan met de hele klas naaar het bos", zegt Brammetje.
"Met al die sneeuw?", vraagt moeder.
"Ja, want de meester wil dat we alle seizoenen leren kennen want in elk seizoen is de natuur anders en hij wil dat we dat zien. Morgen gaan we een flinke wandeling maken en dan eten we onderweg. Heb je nog oud brood mam? Dat gaan we dan aan de vogels geven. Goed hè?".
Brammetje is helemaal enthousiast. Ouwe Peer gluurt over het randje van zijn kopje en moet er niet aan denken met die kou. Koude voetjes, koude handjes en een snotneus. Getver. Hij blijft liever languit op de tafel liggen. Straks weer even een spelletje schaak spelen met vader. Hij zal die ouwe zeeman wel eens even inmaken. Zijn oude elfensmoeltje straalt van plezier. Geen beter leven dan een goed leven en dat heeft hij hier zeker in huize Brammetje.
 
Het wordt een mooie wandeling. Het bos is helemaal wit en het is net een sprookje. De meester zegt dat ze goed op de paden moeten blijven lopen want dan blijft de natuur het mooist. Ze bekijken hun voetstappen en zien dat de sneeuw daar helemaal plat is geworden. Tussen de bomen ligt het nog als een grote warme deken te schitteren in de stralen van de zon. Het zijn net kleine diamantjes.
Het oude brood hebben ze in kleine stukjes gebroken en elke keer als ze bij een open plek komen gooien ze wat neer. Ze blijven dan heel stil staan en zien hoe de vogels het brood gauw komen ophalen. In vogelvlucht raken ze de grond, pakken een stukje brood en vliegen weer terug naar de bomen. Ademloos staan ze ernaar te kijken en je kunt een speld horen vallen, zo stil zijn ze allemaal.
"Straks als de lente komt en weer alles gaat groeien, komen de elfen om de natuur weer op orde te maken", zegt meester Gerrit. Brammetje kijkt hem met grote ogen verbaasd aan.
"Wat is er Bram? Geloof jij niet in elfen?", vraagt de meester.
Brammetje weet zich geen raad. De andere kinderen kijken hem onderzoekend aan en wachten op zijn antwoord. Wat moet hij nu doen? Niemand zal zijn verhalen geloven en hij wil ze ook helemaal niet vertellen. Zijn vriendjes geven hem een por. Nou, wat vindt hij ervan?
"Een elf is een natuurkracht Bram. Althans zo zie ik het. Mensen noemen ze ook wel elfen en kabouters. Ik noem het meer natuurkracht want laten we eerlijk zijn; het is toch een wonder dat alles straks weer gaat groeien? Of niet soms?".
 
Gelukkig. Brammetje slaakt een zucht van verlichting en schudt heftig ja met zijn hoofd. Nou daar is hij mooi vanaf gekomen. Hij kreeg het er benauwd van. Hij weet zeker dat Rapper in een deuk gelegen zou hebben als hij hem zo had gezien.
De wandeling gaat nog verder het bos in. Ze genieten van de buitenlucht en niemand voelt de kou. Dit is nog eens wat anders dan sommen maken. Dit is pas écht leren en de kinderen zijn trots op hun meester Gerrit. Een echte meester met een paardenstaart, grote tatoes en oorbellen. Cool.........
 
Wordt vervolgd.............
 
© Svati, medium.
 
Je kunt de weekvoorspelling vinden in:

Hoofdstuk 33
verhaal/sprookje | 05 November 2011 | 14:48:15
Hoofdstuk 33
 
Winterpret......
 
"Heb je het al gehoord?", fluistert wolfsklauw tegen de stinkende gouwe. "Ze hebben weer eens een ritueel gedaan op de parel Juda en nu brandt de Tonka zo krachtig dat wij straks als kruiden overbodig zijn".
"Doe niet zo idioot, wij kruiden zijn nooit overbodig. Hoor je dat? Wij zijn NOOIT OVERBODIG".
Hooghartig draait stinkende gouwe wolfklauw de rug toe. Wat een onzin. Haar stimulerende kracht om mensen met hun ogen te helpen blijft altijd bijzonder. Wolfsklauw zorgt al tijden voor de nodige onrust. Ze kan al nergens met haar pot lang blijven staan, laat staan de roddels die ze allemaal vertelt. Ze wordt er een beetje kriebelig van. Ze vindt wolfsklauw maar ordinair. Zij heeft tenminste meerdere namen. Veel mensen noemen haar ook ogenklaar of zwaluwkruid.
Ja, vroeger werd in heel oude kruidenboeken het verhaal verteld dat zwaluwen naar de stinkende gouwe vlogen en daar kleine stukjes blad voor hun zwaluwkinderen meenamen. Daarmee bestreken ze hun blinde oogjes. Nou, wie heeft er zo'n verhaal? Wat denkt die wolfsklauw wel? Stom kruidje.......
Mellon ziet het allemaal rustig aan.
"Wolfsklauw heeft wel gelijk hoor. De Tonka brandt krachtiger dan ooit tevoren en de vriendschap tussen mens en natuur is zich weer helemaal aan het herstellen. Ze doen zoveel. Ik heb gehoord dat er zoiets is als Greenpeace en die zet zich helemaal in voor een betere wereld. Niet alleen erg belangrijk voor de mensen maar ook voor ons elfen, want wij zijn één met de natuur. Dat weet je toch wel stinkende gouwen? Maar je hoeft niet bang te zijn want de mensen zullen veel meer met natuurproducten gaan werken en jullie blijven allemaal heel hard nodig".
"Zie je nou wel?", zegt wolfsklauw beledigd en de pot loopt hard over de tafel naar de muur met klimop, waar hij zich diep verontwaardigd terugtrekt.
 
De poezen van Mellon liggen luidruchtig in hun mandje van mos te snurken. Zawi heeft haar mooie poten uitgestrekt en Zoni ligt daar ergens tussen in een diepe slaap. Het Elfenfeest heeft Zawi wat uit balans gebracht. Sofie heeft daar zoveel positieve aandacht gekregen dat de elfen haar een beetje over het hoofd hebben gezien en ze zal er wel voor zorgen dat dit nooit meer gebeurt. De volgende keer zal zij een grote bloemenkrans om haar nek hangen, want de herfst heeft nog veel mooie bloemen en zij zal de krans zó mooi maken dat iedereen naar haar kijkt en niet meer naar Sofie. Ze kan die ijdele spin niet uitstaan!
 
Vader is blij dat zijn zoon weer heelhuids uit India terug is. Hij wil er alles over weten en de jongens hebben hem ook alles uitgebreid verteld. Hij kan zich niet voorstellen dat je zomaar in de wildernis samen met een leeuw, een tijger en een cheetah kunt overleven en hij begrijpt er helemaal niets van. Moeder heeft hem toen ook maar alles verteld over het aarderitueel en hoe mooi de parel Juda wel is. Vader vindt het maar een rare wereld en als zeeman kan hij zich daar geen enkele voorstelling van maken. Ouwe Peer kijkt hem bedenkelijk aan.
"Je weet toch wel dat Neptunus onder jouw schuitje woont, hè?", zegt hij tegen vader. "Dat is die ouwe gek die altijd met zijn drietand zwaait nadat Juda uit zijn zeepaleis is weggegaan. Hij heeft haar zelf op het strand gelegd en is daarna helemaal de kluts kwijt geraakt. Als jij nu weer naar zee gaat moet je eens kijken of je hem tegenkomt. Misschien kun jij eens met hem praten van man tot man, want de buien van die kerel zijn nog erger dan die van buurvrouw Antje. Doe het wel voorzichtig want als je één verkeerd woord zegt is het met jouw bootje gedaan".
"Nou, je vraagt me nogal wat", bromt vader ietwat overrompeld.
"Je kunt het toch proberen? Ik denk dat ze dit gezin niet voor niets hebben uitgekozen. Brammetje doet zijn werk, als je dit zo noemen wilt, samen met Rapper. Moeder doet het in de mensenwereld met haar kruiden en dan mag jij de zee doen. Ik vind het eigenlijk best wel een eerlijke verdeling. En ik? Ik blijf hier lekker in mijn kopje liggen en ga nu een dutje doen. Trusten".
Hij slaakt een diepe zucht en laat zich over de rand naar beneden glijden. Hij is blij dat hij een oude elf is want hij heeft helemaal geen zin meer in al die soeza.
 
De witte wereld van Zija ligt nog steeds als een warme deken over de aarde. Kinderen ravotten in de sneeuw en overal zie je sleetjes uit de schuren tevoorschijn komen.
"Heb jij ook zo'n ding?", vraagt Rapper aan Brammetje.
"Natuurlijk heb ik die. Zullen we? Pap mogen we de slee?".
Vader is blij dat er weer wat aards gebeurt en haalt de slee tevoorschijn.
"Wat mot dat?", vraagt Ouwe Peer. De enthousiaste kreten van de kereltjes hebben hem ongenadig uit zijn slaap gehaald.
"We gaan sleeën Ouwe Peer, ga je mee?".
Ga je mee? In die kou? Die lijken wel gek.
"Het is heel leuk hoor", zegt moeder, "zelfs voor jou".
Nog voor hij goed en wel wat kan bedenken heeft Rapper hem al beet gepakt en zitten ze buiten op de slee. Brammetje holt er mee door de dikke witte vacht en de kinderen kijken hem met grote ogen aan. Waarom trekt hij een slee waar niemand op zit?
"Miesje, Miesje, kijk", roept Ouwe Peer enthousiast. "We worden gereden door de sneeuw. Helemaal te gek joh".
Miesje zwaait naar hem en de andere kinderen vinden dit nog gekker. Brammetje die een lege slee trekt en Miesje die daar naar zwaait. Dat straatje waar ze in wonen wordt met de dag idioter. Maar wat maakt het uit? Ouwe Peer en Rapper schateren het uit van plezier. De sneeuw stuift alle kanten op en ze zitten onder de witte, koude poeder. Heerlijk. Nog nooit hebben ze zo genoten en Zija bekijkt dit alles vanuit haar sneeuwpaleis met een glimlach om haar mooie lippen. Het gaat goed zo. De mens en de elf gaan nu ook hun pleziertjes met elkaar delen. Zij zal nog voor wat extra mooie sneeuwvlokken zorgen. Een lekker dik pak. Dan kunnen er ook weer nieuwe sneeuwpoppen gemaakt worden want Kees, Koos en Karel zijn nergens meer te bekennen. Nadat zij Vadertje Tijd naar de grens van vergetelheid hebben gebracht, zijn zij zelf ook vergeten.
Ja, zo gaat dat met een sneeuwpop.
 
Wordt vervolgd.............
 
© Svati, medium
 
Je kunt de weekvoorspelling vinden in:

Hoofdstuk 32A
verhaal/sprookje | 30 Oktober 2011 | 13:40:44
Hoofdstuk 32 A
 
Vervolg van hoofdstuk 32......
 
"We gaan naar India Brammetje, ga je mee?".
"Jullie gaan naar wat?", vraagt vader.
"Naar India. Daar moeten wij het één en ander doen. U vindt het toch wel goed dat Brammetje meegaat?".
Vader kijkt bedenkelijk maar moeder is hier al aan gewend.
"Maak je maar geen zorgen hoor, want jouw zoon komt heus wel veilig terug", zegt ze.
Ze moet lachen om het gezicht van haar man. Maar goed dat hij niet alles heeft meegemaakt wat hier in huis is gebeurd. Hij zou het aarderitueel bij Gaya ook niet begrepen hebben. Zij vindt het heel ongezellig dat hij vaak van huis is maar het komt soms wel heel goed uit.
"Nou, ga dan maar. Pas goed op mijn zoon Rapper want daar ben ik zuinig op".
"Ik ook", lacht Rapper.
Brammetje staat al klaar. Hij verheugt zich op de reis. Wat gaan ze doen? Rapper wil er nog niet veel over vertellen dus wacht hij maar rustig af. De kleine elf met de gouden vleugels pakt zijn handen stevig vast en het volgende moment zijn ze verdwenen.
"Dat gaat makkelijk", zegt vader. "Is dat nu tijdreizen?".
"Helemaal", antwoordt Ouwe Peer.
 
 
In de Heilige berg zit Dagmar tevreden in zijn stoel. Gouden Hart bewaakt, zoals altijd, het complete gangenstelsel. Het is er heerlijk koel in tegenstelling tot buiten want daar is het drukkend heet.
In een hoek van de kamer staat de Tonka met de witte vlam voor het welzijn van de mensen, de blauwe vlam voor het welzijn van de dieren en de paarse vlam voor het welzijn van de natuur en alles wat leeft. De vlammen zijn een stuk krachtiger geworden. Zeker als je bedenkt hoe kwetsbaar ze waren toen de Tonka de Heilige berg werd binnengebracht. Dagmar kan dus in alle opzichten tevreden zijn en dat is hij ook.
Winja is bij hem. Speciaal voor het Sambra ritueel is ze overgevlogen want een ontmoeting met de wilde dieren wil ze niet missen. Dagmar laat dit graag aan haar over. Als Koninginnefee heeft zij evenveel aanzien als de koning van de wildernis. Wat moet dat mooi zijn om hen samen te zien. De prachtige elf en de grote, krachtige leeuw. Twee koningskinderen die de wereld dienen met heel hun hart.
 
Rapper en Brammetje zijn bij het huisje van Oom Cashmir aangekomen en Kosmos begroet hen hartelijk. Alles is nog precies hetzelfde als toen. De boeken liggen er nog net zo, alleen de plaats van het grote Elfenboek is leeg. Gek eigenlijk dat dit boek nu bij Rapper ligt en niet op deze oude, vertrouwde plek. Daar moet Brammetje nog even aan wennen.
"Fijn om jullie weer te zien jongens", zegt Kosmos. "Laten we even bijpraten. Ik zal jullie zo even voorstellen aan mijn goede vriend Musa.  Ja, hij logeert hier ook. Cashmir heeft hem eens het leven gered en zoiets vergeet je niet, nietwaar?".
Rapper loopt langs de boekenmuur en bekijkt de titels. Het zegt hem helemaal niets. Misschien later? Oom Cashmir was wel heel erg beleerd. Zou hij dat ook kunnen?
Geruisloos loopt de cheetah de kamer binnen. Zijn krachtige lijf komt nog sterker naar voren naast de slanke lijfjes van de twee vrienden.
"Allemachtig", brult Brammetje. "Kosmos kijk uit, een wild beest".
Hij grijpt Rapper beet en ze deinzen allebei achteruit. Musa bekijkt hen van boven naar beneden en laat zijn onverbiddelijke rij tanden zien.
"Ja, zo is het wel genoeg Musa. Je hebt ze nu wel de stuipen op het lijf gejaagd. Kom jongens, dit is dan Musa, onze vriend".
Onze vriend?????????? Toch niet te geloven!
 
Musa bekijkt de beide jongens op zijn gemak. Brammetje staat aan de grond genageld en Rapper weet niet goed hoe hij moet reageren. Als de cheetah dichterbij komt om hen nog beter te kunnen bekijken, staan ze letterlijk met hun rug tegen de muur. Hij blijft voor Brammetje staan en likt zijn handen.
"Een teken van vriendschap", legt Kosmos uit. "Hij zal jullie morgen in de sambra begeleiden. Hij weet daar als geen ander de weg. Winja komt ook en neemt Juda mee. Jullie mogen getuigen zijn van het wilde dieren-ritueel. Rapper jij mag dit weer bijwerken in het grote Elfenboek en Brammetje mag het met mensenogen aanschouwen. Jullie eenheid is nodig om het ritueel extra kracht te geven. Wees dus maar aardig voor dit luipaardje".
Wees maar aardig voor dit luipaardje???????? Die pad die spoort niet!
Brammetje doet voorzichtig een paar passen opzij maar Musa beweegt met hem mee. Gommetje, hoe komt hij van dat beest af?
"Accepteer hem Bram". Rapper heeft zijn gedachten weer gelezen. "Hij doet je niets".
Nou, de kat van de buurvrouw vindt hij een stuk aangenamer en hij ziet liever de kont van Dikkie Dik, ook al heeft die dan Jacobien vermoord.
Kosmos bekijkt het allemaal met een brede glimlach. Hij schuift een stoel voor Brammetje bij. Stilletjes gaat hij erop zitten en Musa legt zijn zware kop op zijn knieën. Hij maakt een spinnend geluid. Net als Dikkie Dik maar dan anders. Een beetje voller van formaat. Brammetje kan het haast niet geloven.
 
Over de sambra hangt een vreemde trilling. De dieren voelen dat er wat gaat gebeuren maar ze weten niet precies wat. Er heerst een vreemde stilte. Het is een heilige stilte, indrukwekkend en doordringend tegelijk.
 Senti en Winja staan onbeweeglijk bij een bed van zacht geurende rode bloemen. De kleur steekt fel af tegen het groen van de omgeving. In het midden ligt één grote rode bloem die wordt omringd door honderden kleinere bloemen, allemaal in hetzelfde rood.
Ze kijken beiden naar Juda die in de middelste bloem ligt en ze zijn zich bewust van de enorme kracht die de parel al uitstraalt. Zij zal nog een vuurritueel moeten ondergaan en het ritueel van de vrije vlucht en dan is haar taak volbracht. Haar schoonheid is indrukwekkend en Winja is blij dat mensenogen haar niet kunnen zien. Zij houdt van mensen maar ze weet ook dat juist deze wezens slechts op geld en macht belust zijn en de schoonheid van Juda alleen maar in klinkende munt zouden willen omzetten. Brammetje is anders. Brammetje begrijpt nog niets van het grote geld en dat moet maar even zo blijven.
 
Musa loopt gracieus door het hoge gras. Hij weet precies waar het ritueel gehouden wordt en kiest de weg waar hij de minste dieren tegenkomt. Hij mag niet gevolgd worden. De sambra mag dan een levendig gebied zijn maar het ritueel zal in stilte worden uitgevoerd, alleen met de uitverkorenen.
Brammetje en Rapper volgen hem. De vriendschap tussen dier, mens en elf is gesloten. Precies wat Dagmag wil en dit is nog maar het prille begin.
Een klein aapje sluit zich bij hen aan.  Maila spring van tak naar tak en gaat tenslotte maar op Brammetjes schouder zitten want dat reist toch een stuk gemakkelijker. Ze kroelt in zijn blonde haar.
"Ik heb geen vlooien en ook geen luizen hoor", bromt Brammetje, maar de aap luistert niet en kroelt rustig door. Brammetje vindt haar eigenlijk wel grappig. In ieder geval aanmerkelijk minder angstig dan de eerste ontmoeting met Musa.
De zachte vleugelslag van een grote vogel is hoorbaar.  Xanti, de rode ara, vliegt voor hen uit. Ook zij weet precies waar ze moet zijn. Vanuit de lucht heeft zij de rode plaats herkend. Rood, net als haar eigen vleugels, het stille teken van herkenbaarheid. Brammetje geniet van haar. Wat een prachtige vogel en wat is ze groot!
Als iets een wonder is dan is het wel dat  Lango en  Kalo zich samen aansluiten bij het groepje. Brammetje is blij dat hij gisteren al met Musa vertrouwd is geraakt want hij weet zeker dat hij volledig in paniek zou zijn geweest bij het zien van de grote Indische tijger. Maar Kalo bekijkt hen achteloos en loopt geruisloos achter Musa aan. Lango's passen zijn groot en sierlijk en de giraf buigt zijn nek om de twee jongens beter te kunnen zien. Daar maakt Rapper handig gebruik van. Het deert de giraf helemaal niet dat de elf zijn nek gebruikt om mee te reizen. Hij vindt het wel leuk. Even staat hij stil, bukt naar de grond en laat  Freija langs zijn neus omhoog lopen. Nu alleen  Jada nog, maar die zullen ze onderweg wel tegenkomen. Wat een vreemd schouwspel. Zo vredig, samen met elkaar in deze turbulente wildernis.
Zo goed als geruisloos vervolgen zij hun weg. Ook zij voelen de drukkende stilte en ze passen zich volledig aan.
 
Als ze bij de plaats van bestemming komen zien ze dat Jada al gearriveerd is. De krokodil ligt met haar ogen gesloten aan de rand van de bloemenzee. Brammetje is blij om Winja weer te zien ook al is het nog maar kort geleden dat zij met kerstmis bij hem thuis was. Ze lacht liefdevol naar hem. Brammetje bekijkt alle aanwezigen. Dat is nogal wat: een cheetah, een Indische tijger en een leeuw. Een ara, een mier, een giraf, een aapje en een krokodil, twee elfen en een mensenkind.
Opeens ziet hij Juda. Wauw..... Wat is ze stralend mooi. Het is net alsof ze licht geeft. Is ze nu nog groter geworden of lijkt dit maar zo?
 
Musa, Kalo en Senti staan naast elkaar en ineens lijkt Dikkie Dik nergens meer op. Wat een armzalig katje vergeleken met deze drie wilde katten. De cheetah, de Indische tijger en de leeuw zijn een bron van hoogmoedige kracht. De manier waarop ze alles rustig in ogenschouw nemen zonder ook maar één beweging te maken, is wonderlijk. Je kunt je haast niet voorstellen dat zij voor de mens absoluut dodelijk zijn.
Jada ligt nog steeds met haar ogen gesloten. Het lijkt op een diepe meditatie en Brammetje vraagt zich af of ze wel beseft dat er meer aanwezigen zijn. Maila heeft geen belangstelling meer voor het haar van Brammetje en staat doodstil met Lango te kijken naar de bloemenpracht met in het midden die prachtige parel. Freija zit op Winja's hand. De mier mag dan wel klein zijn, maar ook iets kleins kan grote gevolgen hebben.
 
Winja staat in het midden. Ze vraagt Brammetje om links van haar te gaan staan en Rapper rechts. Naast Brammetje staat Maila. Het kleine aapje pakt vertrouwd zijn hand. Daarnaast staat Lango. Jada ligt voor Winja's voeten en naast Rapper staan de drie prachtige roofdieren.
Het dichte groen schermt hen af van de buitenwereld en werkt als een beschermend schild. De rode bloemen geuren zachtjes en de lucht heeft een zoetige dimensie gekregen. Het is zo onwerkelijk en toch echt.
Xanti vliegt tot boven de bloemen en houdt in het midden stil. Haar vleugels zijn wijd uitgespreid. Ze zakt tot een paar centimeter boven Juda en blijft daar doodstil hangen. Haar uitgespreide vleugels zijn een mooie waaier geworden.
 
Twee kleine oogjes gluren vanuit het struikgewas naar het ritueel. Ze kijken van de één naar de ander. Die oogjes weten heel goed dat ze iets zien wat niet voor hen bestemd is maar ze kunnen het niet laten. De oogjes worden steeds nieuwsgieriger en zachtjes sluipen ze dichterbij. Winja heeft de oogjes allang gezien maar ze doet niets. Waarom zou ze? Een paar extra oogjes kunnen toch geen kwaad?
Voorzichtig komen de oogjes nog meer naar voren. Niet teveel maar net genoeg. Waarom staan al die dieren zo dicht bij elkaar? Waarom vechten ze niet? Het klopt helemaal niet. En wie is die vrouw in dat stralende licht en wat zijn dat voor andere wezens? De oogjes kijken en kijken........
 
Zachtjes beweegt Xanti haar vleugels heen en weer, maar ze blijft precies op dezelfde plaats hangen. Met haar mooie veren beschermt zij Juda tegen de zon.
De lichtkoepel om Winja heen wordt groter en groter en omarmt de uitverkorenen in een warme gloed. De oogjes komen nog dichterbij maar niemand, behalve Winja, heeft dit in de gaten.
 In deze zee van licht hangt een wonderbaarlijke stilte en kun je de kracht van de energie zien bewegen. Alsof je naar heet asfalt kijkt. Het lijkt net alsof de lucht aan het zingen is. Golven energie overspoelen Juda. Elk dier geeft het zijne.
Brammetje heeft al meerdere rituelen met Juda meegemaakt, maar ze verschillen allemaal terwijl ze toch hetzelfde doel hebben.
De energie wordt sterker en sterker en de lichtbundel groter. Ook de twee oogjes worden opgeslokt in dit ritueel. Omdraaien kan niet meer en dat willen de oogjes ook niet. Ze kijken en kijken...........
 
Het liefdevolle licht van Winja valt als een koepel over hen  heen. Alsof ze allemaal in een huisje van licht staan. Brammetje heeft er geen idee van hoe lang dit geduurd heeft maar langzaam verdwijnt het licht in het niets en is Winja samen met Juda verdwenen. Jada opent langzaam haar ogen en sjokt terug naar het meer. Senti en Kalo gaan beiden hun eigen weg. Freija de mier haast zich terug naar haar werkplek want ze heeft nog zoveel te doen en Xanti vliegt alweer hoog in de lucht. Als in een roes gaat iedereen weer terug naar de plaats waar ze vandaan gekomen zijn. Ook Maila heeft haar takken weer teruggevonden en slingert zich van de ene tak naar de andere. Weldra is zij uit het zicht verdwenen.
Lango koopt nog een stukje met Musa en de jongens mee. Iedereen zwijgt. Wat moet je elkaar vertellen?
Alleen twee kleine oogjes zitten nog als versteend op dezelfde plaats. De oogjes kunnen hun eigen oogjes niet geloven. Zelfs dieren zijn zich bewust van de constante aanwezigheid van Liefdevol Licht. De oogjes hebben het zelf gezien!!!
 
© Svati, medium.
 
Je kunt de weekvoorspelling vinden in:

Hoofdstuk 32
verhaal/sprookje | 23 Oktober 2011 | 13:32:16
Hoofdstuk 32
 
De parel Juda en het Sambra-ritueel
 
In India zit Kosmos lui te wezen voor het hutje van oom Cashmir.   Musa ligt naast hem en ze genieten van de ondergaande zon.
"Je moet nog veel regelen Musa", zegt Kosmos.
"Ik weet het. Morgen ga ik terug naar de sambra en roep de dieren op om hun kracht aan de parel Juda te schenken. Ja, ik weet wie ik moet bezoeken. Cashmir heeft me dit al heel lang geleden verteld en dat ben ik heus niet vergeten. Kom, laten we er een rustige nacht van maken want morgen is het voor mij vroeg dag".
Kosmos vertrouwt de cheetah volkomen. Hij zal zijn werk goed doen.
 
Nog voordat het licht is, is Musa verdwenen. Hij loopt door hoog struikgewas en zoekt zijn weg tussen de dichtbegroeide bomen. Hij moet eerst naar Maila.   Het mooie aapje zal Juda de kracht van behendigheid schenken en wacht al een lange tijd op dit moment. Ze is blij met de komst van Musa en belooft hem erbij aanwezig te zijn.
De volgende is Kalo,   de Indische tijger.  Hij is groot en krachtig en zijn vacht glanst in de zon. Hij zal Juda de kracht van lenigheid geven, de kracht van de soepele beweging en het uithoudingsvermogen. Ook hij is graag bereid een eenheid met de andere dieren te vormen.
Musa vervolgt zijn weg. Het is als een lopend vuurtje door de sambra gegaan dat Juda haar ritueel hier zal ontvangen en veel dieren melden zich spontaan aan maar niet iedereen is uitverkoren. Musa merkt dat ze teleurgesteld zijn maar hij moet zich houden aan de afspraken die hij met Cashmir heeft gemaakt. Zelfs de plaats van de inwijding wordt strikt geheim gehouden om niets de gelegenheid te geven dit te verstoren.
 
Hoog in de bomen zit Xanti,   de rode ara. De kleuren van haar vleugels zijn warm en fel. Ze spreidt ze in volle lengte uit en haar schoonheid is indrukwekkend. Zij zal Juda de kracht van de vleugelvlucht geven. Ze vindt het een grote eer.
Lui in de zon ligt de koning van de wildernis te genieten van het niets doen. Hij lijkt zo lieflijk maar niets is minder waar. In zijn nek draagt hij een dikke krans haar wat hem een machtig aanzien geeft en hij is ook machtig, want hij is de koning van de wildernis. Senti,    de leeuw, zal Juda de kracht van waardigheid geven en vooral van respect.
Musa is blij dat hij al vier dieren van de kring bereid heeft gevonden aan het ritueel deel te nemen, maar eigenlijk had hij niets anders verwacht.
 
 
Lango,   de giraf, heeft hem al aan zien komen. Musa heeft dan ook niets gedaan om zich te verbergen want hij is niet op jacht en Lango begrijpt dit als geen ander. Hij zal Juda de kracht geven van het kunnen overzien van situaties.
Maar zo hoog als hij is , zo laag is Freija de mier.   Zij is de harde werkster op en onder de grond en zit geen seconde stil. Altijd is ze bezig. Toen zij gevraagd werd om Juda de kracht van vasthoudendheid te geven, was zij zeer vereerd en de andere mieren behandelen haar sindsdien met veel meer respect. Ze is meer geworden dan alleen maar een hardwerkende mier.
 
Het is heerlijk koel aan de rand van het meer. Het water is helder en de zon weerkaatst in een waterige glans. Musa stopt om te drinken en weet dat dit de laatste plek is om het ritueel in gang te zetten. Hij moet alleen Jada nog vragen.
Hij ligt rustig op de oever van het meer maar hij houdt zijn omgeving nauwlettend in de gaten. In een snelle flits schiet een krokodil naar voren en Musa springt verschrikt opzij. Een opengesperde bek hapt naar hem en probeert hem te grijpen maar Musa is net iets sneller. Voordat de krokodil voor de tweede keer kan aanvallen verspert Jada hem de weg.   De schermutseling tussen de beide krokodillen is heftig maar Jada wint. Haar rivaal verdwijnt als een stille schicht onder het wateroppervlak.
Jada weet waar Musa voor is gekomen en ook zij zal haar kracht op Juda overbrengen. De kracht van de stille benadering.
 
 Sofie zit midden op de tafel en bewondert zichzelf in het spiegeltje wat zij van moeder heeft gekregen. Zij zit al uren naar zichzelf te kijken en ze vindt zichzelf heel erg mooi. Ze kan het nu stukken beter zien dan in de dauwdruppels en ze is dik tevreden. De lange haren op haar poten zijn keurig gekamd en ze heeft ze versierd met een klein roze striktje.
 Alli kijkt naar haar. Hij vindt haar veel te ijdel maar ze heeft wel wat! Voorzichtig laat hij zijn staart tussen haar poten glijden en automatisch kamt zij de haren de goede kant op. Dat is pas verwennen!
Ouwe Peer speelt met vader een spelletje schaak. Hij is vindingrijk en heeft de zeeman al snel schaakmat gezet.
Brammetje leest een boek en moeder bekijkt het hele schouwspel vanuit haar gerieflijke stoel. Zij voelt zich gelukkig. Haar leven is ingrijpend veranderd nadat zij bij het elfenfeest is geweest. Het is veel mooier geworden, veel intenser.
Pluizebol rolt een gejatte knikker over de tafel en holt er hard achteraan. Zijn wiebelende beentjes zijn bijzonder lenig en hij springt over alle obstakels heen.
Ja, er is veel leven in huize Brammetje gekomen. Het is de buurt niet ontgaan dat er daar het één en ander aan de hand is. Dagelijks komen er mensen om advies vragen en speciale kruiden halen. Svati heeft daar ook voor gezorgd. Ze wijst veel mensen de weg naar moeder en daar is ze zo blij mee.
 Buurvrouw Antje vindt het maar niets. Overdag trekt ze zich terug in haar huisje wat steeds meer aan het vervuilen is. Hulp van buitenaf wil ze niet meer en de mensen die haar nog durven aanspreken krijgen een grote mond. Haar eenzame wereld wil ze met niemand delen en wordt met de dag groter. Mellon heeft gezegd dat dit haar eigen proces is en dat zij daar zelf van moet leren, maar dat is wel moeilijk. Zelfs moeder is niet meer welkom en die kon toch altijd veel bij haar gedaan krijgen. Ze heeft het nog wel eens geprobeerd maar als ze bij Antje aanbelde deed ze gewoon niet open. Door een kiertje van de gordijnen loerde ze dan naar buiten en liet haar gewoon voor de deur staan. Vader vindt dat zonde van haar goede tijd en energie. Dat mens wil toch niets anders!
 
Net als Pluizebol de knikker weer een trap wil geven, steekt Rapper het speelgoed in zijn zak.
"Gejat Pluisje?", vraagt hij.
Pluisje glimlacht van oor tot oor.
"Geef eens terug. Die is nu van mij".
"Helemaal niet. Hij behoort toe aan de rechtmatige eigenaar en dat is Bram".
"Joh, doe niet zo flauw".
Rapper rolt de knikker naar de andere kant van de tafel en Pluisje holt er achteraan en steekt het kleinood gauw onder zijn grijze pluizige vacht.
 
-------------------------------------
 
Volgende week het vervolg van dit hoofdstuk..... Blijf dus lezen.....
© Svati, medium
 

Hoofdstuk 31
verhaal/sprookje | 16 Oktober 2011 | 15:03:24
Hoofdstuk 31
 
Kees, Koos en Karel.
 
De sneeuwpoppen van Zija en de vrienden van Vadertje Tijd.
 
 
Het kerstfeest was heel bijzonder. Vooral opperkoning Dagmar was diep onder de indruk en hij is er steeds meer van overtuigd dat de al eeuwenoude vriendschap tussen elfen en mensen niet verloren mag gaan en opnieuw hersteld moet worden. Er is zoveel goeds in deze wereld.
Ja, misschien buurvrouw Antje niet meegerekend, want die liep weer scheldend over straat. Niemand had haar uitgenodigd want de mensen schamen zich voor haar. Ze snapt zelf eigenlijk niet goed waarom. Toch niet vanwege die ene borrel? Nou ja, af en toe gaat er wel eens wat mis. Nou en?
Nog vijf dagen en dan komt het nieuwe jaar.
 
 Vadertje Tijd is moe. Hij heeft het eigenlijk wel gezien en verlangt er naar om het einde van het jaar over te dragen aan het jonge leven wat het komende jaar zal dragen.
Het was een moeilijk jaar met veel menselijke zorgen en leed, maar hij heeft zijn last goed gedragen. Hoe verder het jaar kwam hoe zwaarder het werd. De tijd speelde een grote rol mee. De tijd verstreek en Vadertje Tijd is moe. Zijn lange baard werd elke dag een stukje langer en na 365 dagen wordt het tijd om de staf over te dragen. Hij heeft mazzel dat het geen schrikkeljaar is want dan zou er nog een dag bijgekomen zijn.
 
Hij is blij dat Zija de wereld veranderd heeft in een wit schouwspel. Alleen dan kunnen de broers Kees, Koos en Karel hem helpen om zijn taak over te dragen. In mensenogen zijn zij alleen maar sneeuwpoppen maar voor Vadertje Tijd zijn zij onmisbaar. Net als hij zullen zij weer verdwijnen in de grote vergetelheid.
Met veel geraas en gedonder zullen zij in de Oudejaarsnacht worden weggejaagd en zal de nieuwe Vadertje Tijd op 1 januari verwelkomd worden. Het leven draait gewoon door.
 
Brammetje en Rapper verheugen zich op het vuurwerk. Brammetjes moeder heeft oliebollen gebakken. Dat was nog een hele klus want Ouwe Peer zat overal op en tussen. Elke keer als ze hem wegstuurde kwam hij weer terug.
Vader vindt het allemaal heel vermakelijk en vraagt zich soms af of hij niet gek aan het worden is. Sofie zit in zijn nek en kriebelt met haar pootjes over zijn oren. Pluizebol heeft net een paar knikkers van Brammetje gejat en bewaart deze zorgvuldig voor de elfenkinderen. Daar kan hij nog wat leuks mee gaan doen. Brammetje heeft het wel gezien maar hij is er nu aan gewend dat veel mensenspullen in elfenhanden verdwijnen. Op deze manier leren ze zoveel van elkaar.
 
 
Kees, Koos en Karel voelen zich helemaal op hun gemak in de sneeuw. Ze buitelen over elkaar heen en hun hoge hoeden vliegen door de lucht.  Dikkie Dik volgt hun bewegingen zonder dat hij hen echt kan zien. Hij ziet de sneeuw opspatten en ergens in de lucht uit elkaar vallen. De broers hebben plezier. De rode dikke kater komt mooi uit in deze witte wereld en hij knort heel tevreden. Hij loert naar elke beweging en sluipt naar ongrijpbare momenten. Dikkie houdt van de sneeuw. Als katten bang moeten zijn voor sneeuw en water geldt dit zeker niet voor hem. Zelfs een flinke regenbui kan hem niet deren, laat staan de mooie sneeuwvlokken die Zija met zoveel zorg heeft uitgekozen.
Kees maakt een zachte sneeuwbal en gooit hem naar de kat. Boven op zijn neus spat de bal uiteen en de sneeuw stuift alle kanten op. Dikkie maakt rare sprongen en speelt met de sneeuwballen die de broers naar hem gooien. Hij geniet van het spel en voor zo'n dikke kat is hij nog aardig lenig en snel.
 
Het is behaaglijk warm in de huiskamer en de uren tikken rustig door naar middernacht. Dan is het tijd om afscheid te nemen van het oude jaar en het nieuwe te begroeten.
In deze behaaglijke huiskamer hebben ze er geen idee van dat Vadertje Tijd de laatste minuten rustig aan zich voorbij laat gaan. Zelfs Rapper heeft zich daar nooit in verdiept want in Elfenland bestaat geen tijd. Daar tellen alleen de seizoenen.
Het is tijd om te gaan. Nog één minuut en dan zal de klok twaalf slaan.
De broers ondersteunen de oude man en begeleiden hem naar de grens van komen en gaan. Vadertje Tijd zwaait naar zijn jonge opvolger, glimlacht en laat alle tijd los. Hij is verdwenen in het niets. Zijn tijd zat erop.
Lichtflitsen schieten door de lucht onder een oorverdovend lawaai.
Het nieuwe jaar is begonnen.
 
------------------------------------------
Je kunt de weekvoorspelling weer vinden in:
 
 
© Svati, medium

Home Ontwikkeld door punt.nl gehost door mijndomein.nl| sinds: 2010-12-24